{"id":1554,"date":"2026-03-24T11:01:38","date_gmt":"2026-03-24T10:01:38","guid":{"rendered":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/?p=1554"},"modified":"2026-03-24T11:13:46","modified_gmt":"2026-03-24T10:13:46","slug":"hollandse-pedalen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/hollandse-pedalen\/","title":{"rendered":"Hollandse pedalen"},"content":{"rendered":"<p class=\"western\"><b>Hollandse pedalen<\/b><\/p>\n<p class=\"western\"><i>Introduction<\/i><\/p>\n<p class=\"western\">We weten steeds meer over allerlei onderwerpen. Het is boeiend, soms zelfs fascinerend, maar het roept vanzelfsprekend weer nieuwe vragen op. Zo bieden de resultaten van onderzoek in de orgelbouw steeds meer gegevens over materiaalgebruik, vorm en afmeting van alle onderdelen en zelfs het werkproces van verschillende bouwers uit de geschiedenis. Gecombineerd met de ervaring van de huidige orgelbouwers biedt dat de mogelijkheid orgels tot in detail te beschrijven en te plannen, te restaureren en te construeren.<\/p>\n<p>Maar daar worden soms wat gemakkelijk \u00e9\u00e9n op \u00e9\u00e9n conclusies over orgelspel aan gekoppeld: de afmetingen van boventoetsen bepalen de vingerzettingen, disposities de registraties en stemmingssystemen het geschikte repertoire. Het is verleidelijk de concrete gegevens en werkmethodes uit de orgelbouw ook toe te passen op het orgelspel. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het voorbijgaande karakter van het musiceren, het moment van spelen en luisteren dat zowel tijdgebonden is als tijdloze ervaringen kan oproepen.<\/p>\n<p class=\"western\">De omgang met de instrumenten, het bespelen, blijft uiteindelijk het terrein van musici. In de omgang met het repertoire blijken er vaker onzekerheden te zijn waarover de musicus een keus moet maken die, meer dan in de orgelbouw, niet alleen gebaseerd is op feiten, maar op begrip van en gevoel voor muzikale processen, repertoirekennis, luisterervaring en persoonlijk talent. Daarom zijn uitvoeringen van verschillende spelers altijd anders en zal dezelfde speler op verschillende orgels ook anders spelen.<\/p>\n<p class=\"western\">Een onderwerp waarin enerzijds orgelbouwkundige feiten (naast bronnen over uitvoeringspraktijk) duidelijke keuzes lijken op te dringen, en waarover anderzijds in de muzikale praktijk desondanks vragen en verschillende benaderingen ontstaan, is het pedaalspel.<\/p>\n<p class=\"western\">Alleen al de fysieke verschillen tussen mensen spelen een rol.<br \/>\nLange organisten kunnen soms met moeite hun knie\u00ebn kwijt onder het onderste manuaal en moeten steeds kiezen of ze de benen naar links of naar rechts zullen buigen om niet klem te komen zitten. Kleinere spelers, zoals de vele vrouwelijke Aziatische orgeltalenten, kunnen juist niet bij de buitenste pedaaltoetsen zonder op de bank te verschuiven.<\/p>\n<p class=\"western\">Er zijn maar weinigen die de gestandaardiseerde pedaaltechniek, zoals die vooral sinds Dupr\u00e9 wordt aangeleerd, in de praktijk kunnen toepassen. Het onbeweeglijk recht op de bank zitten, de knie\u00ebn bij elkaar, de punten licht omhoog getrokken en overal op dezelfde plek op de toets geplaatst, de bank wat lager om met de hak te kunnen spelen &#8211; het ziet er misschien beheerst maar zeker niet ongedwongen uit &#8211; is niet altijd en overal te realiseren.<\/p>\n<p class=\"western\">Uiteindelijk bepalen vooral de verschillen in de afmetingen van de pedalen onze pedaaltechniek. De meeste pedalen zijn immers niet standaard. Daarom zijn we gedwongen ons aan te passen, zeker in Nederland, waar ook de meeste orgels waar op geconcerteerd wordt geen modern pedaal hebben. Tot op zekere hoogte redden we ons er mee, maar het levert beperkingen op die optimaal musiceren in de weg staan.<\/p>\n<p class=\"western\">Het kan helpen de ontstane situatie in beeld te brengen, maar zo op te vatten dat er &#8211; letterlijk &#8211; bewegingsruimte ontstaat die het pedaalspelen niet bindt aan voorschriften maar aan mogelijkheden en aanpassingen door inzicht in al die verschillen.<\/p>\n<p class=\"western\"><i>De bank<\/i><\/p>\n<p>Hoewel de bank geen vast onderdeel is van het pedaal, biedt het de enige mogelijkheid om de speelhouding voor het pedaalspel aan te passen.<i> <\/i>Het eerste wat een organist dan ook doet als hij op een orgel komt is de bank in de juiste positie zetten.<br \/>\nSoms is de hoogte van de bank verstelbaar of met latjes aan te passen. Daarmee wordt natuurlijk mede de positie ten opzichte van de manualen bepaald, wat tot een zeker compromis zal leiden. Maar vooral bij oudere<i> <\/i>orgels, soms nog met de historische bank, valt er weinig aan te passen. Bepaalde stukken wordt lastig uitvoerbaar, andere blijken ondanks de beperkingen prima te doen en kunnen juist de kwaliteiten van het orgel beter doen uitkomen.<\/p>\n<p>Tijdens een excursie naar het Volckland-orgel (1732-1737) in de Cruciskirche in Erfurt bleek dat er bij de restauratie een nieuwe bank was gemaakt. Tot verbazing van ons gezelschap bleek de originele oude bank ergens terzijde nog op de orgelgalerij te staan. Behalve de wat verweerde verflaag mankeerde er niets aan. Maar opvallend was dat de oudere bank hoger was. Kennelijk was er een lagere bank gemaakt om met moderne voetzettingen te kunnen spelen (hoewel het pedaal maar tot c\u2019 gaat). Zittend op de oude bank hingen de voeten hoger en met de punt naar beneden, de hakken konden nauwelijks bij de toetsen.<br \/>\nHet leidde tot interessante experimenten met als uitkomst dat hak-spel niet mogelijk was, het kruisen van de voeten juist gemakkelijker werd, en in sommige passages het naar links of rechts verschuiven op de bank onvermijdelijk was.<\/p>\n<p class=\"western\">Dergelijke ervaringen zullen de meeste organisten kennen, waarbij net zo goed lessen geleerd kunnen worden bij het spelen op latere pedalen.<\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\"><i><img fetchpriority=\"high\" decoding=\"async\" class=\"size-medium wp-image-1558 alignleft\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk-223x300.jpg\" alt=\"\" width=\"223\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk-223x300.jpg 223w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk-761x1024.jpg 761w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk-768x1033.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk-9x12.jpg 9w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/ped.Rijswijk.jpg 1022w\" sizes=\"(max-width: 223px) 100vw, 223px\" \/><\/i><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-size: small;\">Bij veel banken zijn de zijsteunen onderaan of halverwege verstevigd door een balk onder de zitting. Om ons wat bewegingsruimte te gunnen wordt de bank vaak zo geplaatst dat de balk aan de achterkant zit (hoewel dat misschien niet de bedoeling was van de bouwer). Als de balk halverwege is geplaatst gebruiken <\/span><span style=\"font-size: small;\">we <\/span><span style=\"font-size: small;\">dat vaak om onze voeten op te laten rusten.<\/span><span style=\"font-size: small;\"><br \/>\n<\/span><span style=\"font-size: small;\">Maar soms zit er ook aan de voorkant onderaan een balk of is er zelfs een brede plank gebruikt. Dat beperkt de mogelijkheid om de voeten onder de bank te trekken, wat bij het kruisen van de voeten nodig is. Het voelt dan comfortabel om de hakken op die balk of plank te laten rusten en alleen met de punten op de ondertoetsen te spelen, links in het onderste octaaf, rechts in het bovenste. Het beperkt de technische mogelijkheden, maar organisten indertijd zullen zich daarover minder zorgen hebben gemaakt, hoewel 19e eeuwse orgelmethodes het afwijzen.<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\"><i><br \/>\nPedaal dorpsorgel Witte, Rijswijk Gld., 1875, met nog een lichte krul aan de boventoetsen (schoenmaat 42).<\/i><\/span><\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\">Als er muziek gespeeld wordt die meer technische uitdagingen vraagt, zoals de muziek van Bach, ligt de conclusie voor de hand dat op die pedalen deze muziek nooit is gespeeld. Maar als een historiserende orgelbouwkundige keus bij nieuwe orgels ons beperkt om die muziek te spelen, ontstaat er een tegenspraak tussen de wensen van instrumentenmakers en spelers. De speler <\/span><span style=\"font-size: small;\">stelt dan de vraag<\/span><span style=\"font-size: small;\"> of bijvoorbeeld Bach zijn vingerzettingen bij het spelen met veel voortekens in zijn Wohltemperiertes Clavier <\/span><span style=\"font-size: small;\">ook niet <\/span><span style=\"font-size: small;\">zal hebben aangepast, zelfs een gunstiger afmeting van de boventoetsen hebben bedongen? Zonder latere technieken te propageren om die muziek te spelen, zal vooruitstrevende muziek in alle tijden <\/span><span style=\"font-size: small;\">invloed hebben gehad op <\/span><span style=\"font-size: small;\">ontwikkeling in de instrumentenbouw.<\/span><\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\">In de steden was er meer ontwikkeling dan in de dorpen, zoals ook blijkt uit de verschillende stemmingsvoorschriften van Neidthardt (1732\/1734, grosse\/kleine Stadt). Dorpsorganisten speelden <\/span><span style=\"font-size: small;\">wellicht<\/span><span style=\"font-size: small;\"> hooguit met twee voortekens, waardoor zelfs de middentoonstemming tot in de 19<\/span><sup><span style=\"font-size: small;\">th<\/span><\/sup><span style=\"font-size: small;\"> eeuw voldeed. Orgels in dorpen zijn in de loop der tijd minder gemoderniseerd, waardoor ze een belangrijke bron zijn voor de historiserende orgelbouw. Maar de charmante smalle orgelbanken geven niet voldoende steun bij het spelen van een triosonate. Archa\u00efserende keuzes op basis van historische voorbeelden in nieuwgebouwde orgels lijken soms authentieker, maar als de partituren van vooruitstrevende en virtuoze organisten indertijd de grenzen lijken te verleggen, willen de huidige organisten natuurlijk de mogelijkheden krijgen die muziek ook nu adequaat uit te voeren. <\/span><\/p>\n<p class=\"western\"><i><br \/>\nToetsafstand<\/i><\/p>\n<p>Op het oog is afstand tussen de toetsen soms moeilijk te bepalen, omdat de breedte van de toetsen ook de tussenruimte bepaalt. Smalle latten lijkt daardoor verder uit elkaar te liggen, hoewel de octaaf-afstand normaal kan zijn.<br \/>\nBij veel Nederlandse orgels is de omvang nog ouderwets, van C tot d\u2019. Pas later werd f&#8217; de hoogste toets, onder Franse invloed soms zelfs g&#8217;. Voor wie dat niet gewend is, is het dan onvermijdelijk af en toe te kijken of de voeten bij de hoogste toetsen wel op de juiste plek staan.<br \/>\n<span style=\"font-size: small;\">Als de hoogste toets oorspronkelijk c\u2019 is, worden er bij restauraties soms een cis\u2019 en d\u2019 aan toegevoegd, die door middel van de pedaalkoppel klank geven, maar zonder de pedaalregisters. <\/span><\/p>\n<p>De afstand tussen de hoogste en laagste toets is niet overal hetzelfde. Wie in Nederland de brede oude B\u00e4tz-pedalen kent (Woerden, Den Bosch) weet hoeveel verschil dat kan maken.<br \/>\nAls pedalen later zijn uitgebreid, zijn er aan de rechterkant toetsen toegevoegd, die verder weg liggen dan wanneer op een nieuwgebouwd orgel een uitgebreid pedaal is geplaatst.<br \/>\nBij pedalen met een grotere omvang liggen de toetsen iets dichter bij elkaar dan bij een traditionele omvang. Vooral bij grote sprongen kan dat riskant zijn en controle met het oog is dan nodig. Zoals de pianisten spreken over de oog-hand-co\u00f6rdinatie, zo hebben organisten de oog-voet-co\u00f6rdinatie nodig om zich te kunnen aanpassen aan de verschillende pedalen.<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"size-medium wp-image-1561 alignleft\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/radiaalped-300x200.jpg\" alt=\"\" width=\"300\" height=\"200\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/radiaalped-300x200.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/radiaalped-18x12.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/radiaalped.jpg 533w\" sizes=\"(max-width: 300px) 100vw, 300px\" \/><\/p>\n<p><span style=\"font-size: small;\">I<\/span><span style=\"font-size: small;\">n Nederland komen ze niet veel voor, maar de afstand tussen de toetsen kan aan de voor- en achterkant verschillend zijn: de radiaalpedalen, in de Angelsaksiche orgelwereld gebruikelijk.<br \/>\nDe toetsen liggen onder de bank dichter bij elkaar (overigens niet altijd in dezelfde mate), wat het spelen met de hakken makkelijker maakt. Maar de voeten moeten overal op dezelfde plek op de toetsen staan, anders is de afstand tussen de toetsen steeds anders, wat uiterst verwarrend kan zijn.<\/span><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>Een kleine concessie aan de radiale pedaalvorm in moderne parallelle pedalen is de verlenging van de buitenste boventoetsen, die immers het verste weg liggen. Het is eenvoudig om ons daaraan aan te passen, tenzij men er aan gewend is en op een pedaal met een traditionele vorm toch verder moet reiken.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><em>Boventoetsen<\/em><\/p>\n<p>De vorm en afmeting van de boventoetsen kunnen zeer verschillend zijn. De hoogte is bij de klassieke vorm iets hoger dan bij de pedalen die ingericht zijn op het spelen met de hakken. De voorkant van de boventoets is bij oudere pedalen vaak voorzien van een krul, die bij schoenen met lange punten soms een verraderlijke klem vormt. Bij latere pedalen is de voorkant schuin en afgerond, soms in die mate dat het nauwelijks merkbaar is waar de boventoets begint, wat ori\u00ebntatie op het gevoel niet makkelijker maakt.<\/p>\n<p>De ligging van de boventoetsen is belangrijk, omdat het houvast geeft bij de ori\u00ebntatie op het klavier. Door de onregelmatige verdeling met tussenruimten kunnen we voelen waar we zijn op het pedaal. Sommige docenten leren het zelfs aan als methode om zonder te kijken pedaal te leren spelen.<\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\">Overigens is het af te raden bij het aanleren van het pedaalspel onmiddellijk zonder kijken, alleen op de tast te laten spelen. Juist het opbouwen van de ruimtelijke ori\u00ebntatie door de ogen te gebruiken is noodzakelijk, zoals we ook onze ogen gebruiken als we een onbekende trap betreden. Het kan goed werken om eenvoudige sequenzen uit het hoofd op het pedaal te laten spelen, met aandacht voor de ligging van de boventoetsen in verschillende toonsoorten. Vaak beseft men niet dat bij het verplaatsen van \u00e9\u00e9n voet bijvoorbeeld de terts-afstand D-Fis even groot is als de kwart D-G, wat gevoelsmatig niet logisch is, maar op het oog onmiddellijk duidelijk wordt. Het innerlijke beeld van de afstanden dat zo ontstaat wordt op den duur de referentie bij het spelen zonder kijken.<\/p>\n<p><\/span><\/p>\n<p class=\"western\"><i>Toetslengte <\/i><\/p>\n<p class=\"western\">De lengte van de pedaaltoetsen was in het verleden korter dan vanaf ongeveer de tweede helft van de 19<sup>th<\/sup> eeuw. Het liet alleen spel met de punten toe, die gezien de gemiddelde lengte van de mensen in die tijd en de hoogte van de banken eerder naar beneden gehangen zullen hebben. Door de kortere toetslengte was de diepgang ook minder groot. Dat laat wel een nauwkeuriger beweging toe. De mogelijkheid tot nuancering bij het pedaalspel is gunstiger dan bij moderne pedalen met meer diepgang. Bij een zijdelingse beweging van een voet naar een volgende toets ontstaat maar een kleine opening. Maar zelfs wanneer de hak wordt gebruikt (soms handig aan de randen van het pedaal), klinkt de verbinding tussen de noten soepeler .<\/p>\n<p class=\"western\">Ook bij oudere orgels was de toetslengte verschillend. Jan Jongepier publiceerde al eens een foto van een moderne schoen op oude pedalen. Hij maakte daarmee duidelijk dat bij dorpsorgels de toetslengte korter was dan bij orgels met een zelfstandig pedaal. Het kruisen van de voeten is bij iets langere toetsen goed mogelijk.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p class=\"western\"><i>Ligging<\/i><\/p>\n<p>Een lastige situatie doet zich voor<i> <\/i>als het pedaal op een afwijkende manier onder het manuaal ligt. Een veel voorkomende positie is de d klein van het pedaal onder d\u2019 van het manuaal, maar het komt ook voor dat voor ori\u00ebntatie op de c\u2019s is gekozen. Als de oorspronkelijk pedaaldeling (de afstand tussen de aanhechtingspunten van de pedaalmechaniek bij de bouw van het orgel) niet aangepast kan worden, ontstaan er soms behoorlijk afwijkende liggingen bij de plaatsing van een nieuw pedaal. Op het oog is dat goed te controleren, er komen zelfs afwijkingen van een terts voor. Tijdens het spelen zullen de ogen actiever moeten meewerken dan we gewend zijn., <i><\/i><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p class=\"western\"><i>Positie ten opzichte van de manualen.<\/i><\/p>\n<p class=\"western\">Bij klassieke orgels steken de manualen niet ver uit de orgelkas. Het knieschot, het paneel tussen de manualen en het pedaal, staat er loodrecht onder. De positie van het pedaal ten opzichte van de klavieren ligt daarmee vast. De breedte van de teenlat, waarop de organist zijn voeten kan laten rusten, geeft nog enige speling. Om het pedaal niet te ver naar achteren te plaatsen is er soms maar een smalle teenlat, die weinig steun geeft en de houding niet makkelijker maakt.<br \/>\nBij latere orgels steken de klavieren verder uit de kast, is het knieschot schuin geplaatst zodat het pedaal verder onder de klavieren komt te liggen, is de teenlat breder en zijn er zelfs tredes voor koppelingen en combinaties en natuurlijk een zweltrede.<br \/>\nDe organisten konden de bank naar voren zetten en met hun knie\u00ebn verder onder de klavieren, de voeten meer naar voren en een wat lagere bank ook makkelijker hun hakken gebruiken. <i><br \/>\n<\/i><\/p>\n<p class=\"western\"><i><br \/>\nSpelen op Hollandse pedalen<\/i><\/p>\n<p class=\"western\">In Nederland werden nog tot ver in de 19<sup>th<\/sup> eeuw rechte pedalen gemaakt in de klassieke positie. Pas geleidelijk aan veranderde de ligging ten opzichte van de klavieren. De overheersende invloed van de Duitse muziekwereld, aanvankelijk sterk geori\u00ebnteerd op Mendelssohn, dwong de organisten niet tot een wezenlijk andere pedaaltechniek. Natuurlijk was het gebruik van de hak inmiddels ingeburgerd. Maar Ritter spreekt in zijn Orgelschule nog zijn voorkeur uit voor het spel met afwisselende voeten boven het gebruik van de hak. Ook in de virtuoze Etudes (T\u00e4gliche \u00dcbungen, 1899) en Sonates (editie Valeur Ajoutee) van S. de Lange junior (1840-1911), wordt het gebruik van de hak eerder vermeden en kruisen de voeten waar mogelijk:<\/p>\n<p><span style=\"font-size: small;\"><i><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1565\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1-1024x219.jpg\" alt=\"\" width=\"454\" height=\"97\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1-1024x219.jpg 1024w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1-300x64.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1-768x164.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1-18x4.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.1.jpg 1096w\" sizes=\"(max-width: 454px) 100vw, 454px\" \/><br \/>\nSamuel de Lange jr., Sonate 7.<\/i><\/span><span style=\"font-size: small;\"><br \/>\nOpvallend is de rechtervoet op de 2de noot, over de linkervoet heen, evenals rechts onder links langs in de laatste triool van de volgende maat. Een \u2018moderne\u2019 organist zou er liever een hak bij gebruiken.<\/span><\/p>\n<p class=\"western\">En Mendelssohn past het tweede thema van het slotdeel van de 4de sonate uiteindelijk toch aan, om het makkelijker te kunnen spelen met punten (hoewel in deze toonsoort de voeten ook in secundegangen vrijwel steeds afwisselend kunnen spelen) .<\/p>\n<p><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1567\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4-1024x129.jpg\" alt=\"\" width=\"515\" height=\"65\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4-1024x129.jpg 1024w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4-300x38.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4-768x97.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4-18x2.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Ms.-ped-Sonate-4.jpg 1432w\" sizes=\"(max-width: 515px) 100vw, 515px\" \/><\/p>\n<p class=\"western\"><span style=\"font-size: small;\"><i>Mendelssohn, Sonate 4 deel 4 (fuga-thema: eerste versie en vereenvoudigde gedrukte versie) <\/i><\/span><\/p>\n<p class=\"western\">Pas aan het eind van de 19<sup>th<\/sup> eeuw en in de eerste helft van de 20ste eeuw werden de pedalen gemoderniseerd, hoewel tegenwoordig bij restauraties weer aansluiting wordt gezocht bij de oorspronkelijk vorm. Maar er zijn geen gestandaardiseerde afmetingen, zoals bij pianoklavieren. Voor de huidige organisten is de aangeleerde pedaaltechniek daarom vaak niet toereikend om op alle orgels met gemak te kunnen spelen.<\/p>\n<p class=\"western\">Op veel Hollandse pedalen lijken de voetzettingen die Samuel de Lange jr. voorstelt beter geschikt dan wat in de Franse methodes van Dupr\u00e9, en in navolging daarvan bij Flor Peeters, als ideaal wordt gepresenteerd. De Lange was organist op een middelgroot Witte-orgel in de Waalse Kerk in Rotterdam, met twee klavieren en een pedaal met slechts 4 registers. Hij gebruikt in zijn composities de voeten vaak op de Bach\u2019se manier, afwisselend, met vermijding van secundes. Als hij toch toonladder-figuren noteert, staat daarbij meestal ook een voetzetting met wisselende voeten. Hij benut het gegeven dat in sommige toonsoorten de voeten elkaar kunnen kruisen als de ene voet een boventoets speelt en de andere achterlangs kan passeren.<\/p>\n<p class=\"western\">In de toonsoort van D groot gaat dat volgens De Lange (Finale uit Sonate 4) zelfs in deze passage kennelijk prima:<br \/>\n<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1566\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2-1024x150.jpg\" alt=\"\" width=\"424\" height=\"62\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2-1024x150.jpg 1024w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2-300x44.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2-768x112.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2-18x3.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/De-Lange-ped.2.jpg 1229w\" sizes=\"(max-width: 424px) 100vw, 424px\" \/><br \/>\nPas bij de laatste noten schrijft hij een hak voor.<\/p>\n<p class=\"western\">Wat aanleiding is tot een terugblik op de pedaaltechniek in Bach\u2019s Preludium en Fuga BWV 532, eveneens in D groot. Het openingsmotief lijkt bewust gebruik te maken van de ligging van de boventoetsen, die uitnodigt daar de voeten te kruisen (alleen bij de a moet links over rechts heen).<br \/>\n<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1562\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1-1024x191.jpg\" alt=\"\" width=\"483\" height=\"90\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1-1024x191.jpg 1024w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1-300x56.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1-768x143.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1-18x3.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.1.jpg 1229w\" sizes=\"(max-width: 483px) 100vw, 483px\" \/><br \/>\nOok het Fuga-thema en de solo aan het eind kunnen zo worden uitgevoerd.<\/p>\n<p class=\"western\">In deze situaties lukt het niet goed om met de knie\u00ebn recht naar voren en in het midden van de bank te blijven zitten, zeker als we ons realiseren dat de pedalen vroeger wijder waren (de hoge d\u2019 lag ongeveer waar bij een modern pedaal de f\u2019 ligt).<br \/>\nHet is nodig om te draaien en soms zelfs te verschuiven, zeker voor kleinere organisten.<\/p>\n<p>Bij de toonladder aan het begin van het Preludium is het handig als de knie\u00ebn naar rechts gedraaid worden, met de rechterknie tegen de bank aan, zodanig dat links vanuit die positie al de cis\u2019 kan bereiken. De eerste paar toetsen zijn dan minder goed te zien, maar de laatste des te beter. Bovendien is er in deze schuine positie meer ruimte om de voeten te kruisen.<br \/>\nDit draaien op de bank is een techniek die onvermijdelijk vaker toegepast zal moeten worden bij het spelen op klassieke pedalen. Liefst niet op het moment dat we dreigen ons evenwicht te verliezen, dan is het te laat, maar op een geschikt moment kort daarvoor. Vaak kan op een langere noot met steun van de toets worden afgezet om een kleine draaibeweging te maken. Het is zelfs verstandig om dat moment in te studeren en eventueel in de partituur aan te geven.<\/p>\n<p>Bij de thema-inzet in fis is het nodig iets naar rechts te verschuiven, om de a met links achter de rechtervoet langs te kunnen spelen.:<br \/>\n<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1563\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.2.jpg\" alt=\"\" width=\"254\" height=\"64\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.2.jpg 683w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.2-300x76.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.2-18x5.jpg 18w\" sizes=\"(max-width: 254px) 100vw, 254px\" \/><br \/>\nBij de pedaalsolo aan het slot van de Fuga is het zelfs behulpzaam om bij voorbaat naar links te verschuiven. De handen zijn daar vrij om de voorkant van de bank vast te pakken en te helpen verschuiven, ook terug naar rechts om de hoge noten weer met gemak te kunnen spelen.<br \/>\n<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-1564\" src=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3-1024x165.jpg\" alt=\"\" width=\"447\" height=\"72\" srcset=\"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3-1024x165.jpg 1024w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3-300x48.jpg 300w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3-768x124.jpg 768w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3-18x3.jpg 18w, https:\/\/www.reitzesmits.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/03\/Bach-D-ped.3.jpg 1208w\" sizes=\"(max-width: 447px) 100vw, 447px\" \/><\/p>\n<p>Deze technieken zijn \u2018verboden\u2019 in de moderne pedaalmethodes, maar onmisbaar om op Hollandse pedalen uit de voeten te kunnen. Elke organist zal varianten ontdekken en aanpassingen moeten doen die noodzakelijk zijn om onbekommerd op verschillende orgels pedaal te kunnen spelen.<br \/>\nHet blijkt handig te zijn om vaker punten te gebruiken, mee te draaien met de ligging van de pedaalpartij terwijl de schouders evenwijdig met de klavieren blijven en waar nodig iets naar links of rechts te verzitten, hoewel langere organisten juist vaker een hak zullen gebruiken als er te weinig ruimte is onder de klavieren om de voeten te laten kruisen.<\/p>\n<p>Een standaard-pedaaltechniek zit ons vaak in de weg, maar er zijn genoeg manieren om ons pedaalspel op Hollandse pedalen aan te passen aan onze eigen mogelijkheden.<\/p>\n<p class=\"western\">","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hollandse pedalen Inleiding We weten steeds meer over allerlei onderwerpen. Het is boeiend, soms zelfs fascinerend, maar het roept vanzelfsprekend weer nieuwe vragen op. Zo bieden de resultaten van onderzoek in de orgelbouw steeds meer gegevens over materiaalgebruik, vorm en afmeting van alle onderdelen en zelfs het werkproces van verschillende bouwers uit de geschiedenis. Gecombineerd [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":1560,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[4,19],"tags":[],"class_list":["post-1554","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-nieuws","category-teksten"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1554","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1554"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1554\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1572,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1554\/revisions\/1572"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media\/1560"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1554"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1554"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.reitzesmits.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1554"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}